Supervisievraag uitgelicht: casus 2 online schematherapie

computerArtikel
8 min.

Tijdens het geven van online therapie loop je vaak tegen dezelfde inhoudelijke kwesties aan als wanneer je in de behandelkamer behandelt. Maar er kunnen ook accentverschillen zijn waar tijdens het online behandelen rekening mee gehouden moet worden. Hieronder volg je de uitwisseling tussen Pieter (GZ-psycholoog, fictieve naam om de anonimiteit van de cliënt te waarborgen) en Marjolein van Wijk-Herbrink (GZ-psycholoog en supervisor schematherapie VSt) over een casus waar Pieter mee worstelt.

Inbreng door Pieter:

Mijn cliënt is een man van begin 30 met recidiverende depressieve klachten ondanks eerdere behandeling, die als doel heeft om zich niet steeds zo down te voelen. Hij lijkt moeilijk in contact te komen met zijn Kwetsbare kind en lijkt veelal vanuit zijn Onthechte beschermer te functioneren. Hij praat veel, analyseert en intellectualiseert. Wat ook steeds terugkomt, is zijn wens om in brede zin succesvol te zijn, zodat hij zich de mening van anderen niet zo aantrekt. Hij probeert wel om met zijn gevoel in contact te komen, maar weet niet hoe.

Als ik hem vraag naar wat hij voelt, zegt hij dat hij het niet weet of begint een verhandeling over wat hij allemaal denkt. Wat kan ik doen om hem meer in contact met zijn Kwetsbare kant te brengen?

Omdat je online werkt, moet je hiervoor de cliënt vragen om een extra stoel in zijn ruimte te zetten en daarop plaats te nemen als die Onthechte beschermer.
Reactie Marjolein:

Goed dat je het patroon van de Onthechte beschermer, die de emoties van het Kwetsbare kind weghoudt, hebt opgemerkt. Ik ken de geschiedenis van je cliënt natuurlijk niet, maar hij lijkt zich zo aangeleerd te hebben om ‘vanuit zijn hoofd’ te denken, dat hij waarschijnlijk ook echt niet meer zo goed kan voelen wat er in hem omgaat. Zowel bij therapie op locatie als middels videobellen is dit moeilijk en vraagt dit een lange adem van jou als therapeut.

Omdat de Onthechte beschermer haast met de cliënt vergroeid is, is het van belang om deze stapje voor stapje wat meer egodystoon te maken. Je kunt dit doen door hem middels empathische confrontatie te wijzen op zijn Onthechte beschermer, maar ook door deze kant van hem middels de stoelentechniek te interviewen en zo samen meer zicht te krijgen op de functie van deze beschermer. Waartegen probeert de Onthechte beschermer de cliënt te beschermen? Wat zou er gebeuren als deze kant er niet zou zijn en hij meer in contact zou komen met zijn gevoel? Omdat je online werkt, moet je hiervoor de cliënt vragen om een extra stoel in zijn ruimte te zetten en daarop plaats te nemen als die Onthechte beschermer.

Na het valideren van diens oorsprong en functie (bijv. “Ah, nu snap ik beter wat jij doet om [naam cliënt] te helpen, wat fijn dat jij ervoor zorgt dat hij zich niet druk hoeft te maken over wat anderen van hem vinden, dat hij zich niet zo onzeker voelt”), kun je hem vragen om de Onthechte beschermer op die stoel te laten zitten en zelf weer terug op zijn eigen stoel te gaan zitten. Daar kun je met hem kijken naar de nadelen van die beschermer: is deze altijd fijn en helpend of zijn er ook momenten dat die hem in de weg zit? Wordt hij echt gelukkig van deze kant? Kan hij nog positieve emoties voelen of worden die ook weggehouden door deze kant? Kijk of je met hem kan bespreken welke behoeften hij eigenlijk heeft en of hij een symbool kan kiezen voor de kant in hem die zich kwetsbaar (bijvoorbeeld onzeker of afgewezen) kan voelen en die daar wel wat steun bij kan gebruiken. Door dit voorwerp mee te geven of een plek te geven in de ruimte kun je daar steeds naar verwijzen en hem dus bewust maken van dit deel van hem.

Je kunt daarnaast natuurlijk ook rechtstreeks proberen om in contact te komen met zijn Kwetsbare kant middels imaginatie of door hem kinderfoto’s van zichzelf te laten zien (voor de camera laten houden of digitale foto’s via scherm delen) en hier samen over te praten.

Pieter:

Ik begrijp uit jouw beschrijving dat ik veel meer mag vertragen, misschien wil ik zelf ook wel te snel gaan. En het belang van steeds terug blijven vallen op het denken in termen van modi, dat ik de Onthechte beschermer blijf benoemen in relatie tot het Kwetsbare kind in plaats van me steeds mee te laten slepen in het intellectualiseren. De stoelentechniek lijkt wel wat inzicht te geven.

Voor het object dat zijn Kwetsbare kind symboliseert heeft hij de remote controller van zijn Playstation genomen. Als argument daarvoor noemt hij dat hij daar als kind veel mee bezig was als een vlucht uit dat vervelende gevoel. Ik heb hierbij mijn twijfels of het dan niet zijn Onthechte zelfsusser representeert in plaats van zijn Kwetsbare kind. Als ik hem dit voorleg krijg ik geen duidelijk antwoord, behalve dat de remote controller hem doet denken aan die jongen die zich niet fijn voelde. Ik vermoed dat het toch om vermijding gaat. Moet ik aandringen op het kiezen van een ander object of zijn keuze accepteren en vooral het kwetsbare gelieerd aan de remote controller benadrukken?

Ik heb hem ook gevraagd om een foto van hem als kind te laten zien. Hij liet er een zien van toen hij 7 jaar oud was,  maar toen we hiernaar keken blokkeerde hij helemaal. Wel kan hij compassievolle teksten, die hij eerder heeft geschreven, uitspreken en dat brengt hem meer in contact met zijn Kwetsbare kant en dan kan hij moeilijke emoties zoals eenzaamheid, angst en verdriet benoemen. Dilemma: Ga ik zijn beschermers interviewen of ga ik als rolmodel zijn Kwetsbare kant steunen en hem troosten in zijn moeilijke emoties? 

Als jij dit poppetje hebt en vanuit jouw ruimte door de camera aan hem laat zien en het daarna aan hem opstuurt, is het meteen ook een mooi transitional object: iets wat hem aan jou en je limited reparenting houding kan doen denken tussen de sessies door.
Marjolein:

De remote controller is inderdaad representatief voor zijn Onthechte zelfsusser of misschien wel zijn Onthechte beschermer. Je zou kunnen bespreken dat het intellectualiseren ook een manier is geworden om weg te vluchten van moeilijke emoties. Deze copingmodus is natuurlijk verbonden aan zijn Kwetsbare kind; als hij die emoties niet in die mate had gehad, dan had hij die controller niet zo nodig gehad. Dus ik zou hem vragen er een voorwerp bij te kiezen dat symbool staat voor de gevoelens waarvoor hij met behulp van de controller moest wegvluchten. Dit kan ook gewoon zo’n houten kegelpoppetje zijn zonder gezicht (die je voor een habbekrats bij de Action kan kopen), als andere voorwerpen nog teveel oproepen. Mooie van zo’n poppetje is dat je dit gezicht kunt gaan inkleuren naarmate je wat verder bent in het proces. Als jij dit poppetje hebt en vanuit jouw ruimte door de camera aan hem laat zien en het daarna aan hem opstuurt, is het meteen ook een mooi transitional object: iets wat hem aan jou en je limited reparenting houding kan doen denken tussen de sessies door. Maar ook een ander voorwerp bij hem in huis (iets zachts, of iets moois zoals een mooie steen) kan symbool staan voor het Kwetsbare kind. Als je dan in de sessie bezig bent met het werken met het Kwetsbare kind en je merkt dat hij gaat intellectualiseren, kun je hem teruggeven op welke momenten hij (letterlijk of figuurlijk) de controller pakt.  

Mooi dat het uitspreken van compassievolle teksten hem meer in contact breng met zijn Kwetsbare kind. Hiermee oefent hij dus vaardigheden van zijn Gezonde volwassene. Kijken naar de foto van de 7-jarige roept blijkbaar zoveel spanning bij hem op dat zijn Onthechte beschermer naar voren komt. Je kunt op zo’n moment de Onthechte beschermer ter plekke op een stoel zetten en vragen waarom het belangrijk is dat die op dat moment cliënt komt helpen. Wat zou er gebeuren als cliënt met jou naar die foto kijkt? En na het valideren van de functie van deze beschermer de cliënt weer terug op zijn eigen stoel zetten (al dan niet met het symbool voor de Kwetsbare kant in zijn handen) en hem vragen wat hij voelt als die beschermer steeds overal zo voor zit. Is dat alleen maar fijn of ergens ook niet fijn? Waarom niet? Dus hier wat exploreren wat hij eigenlijk nodig heeft en deze behoefte valideren, hem stimuleren en helpen om zijn gevoelens onder woorden te brengen (eventueel modelen) en zodra hij dit doet, hem steunen en troosten in zijn kwetsbaarheid, angst en verdriet. Volgens mij is jouw dilemma dan geen dilemma, maar bestaat het naast elkaar. 

Bekijk ook