Online betrekken van naasten bij een behandeling

computerArtikel
6 min.

Auteur: Marjolein Hof

Het betrekken van naasten, waarmee bedoeld wordt: partners, familieleden, vrienden, andere zorgverleners of wie dan ook van belang is voor de cliënt die in behandeling is, kan van invloed zijn op de behandeluitkomsten van therapie. Hoewel het aantal onderzoeken dat dit op systematische wijze onderzocht heeft klein is, zijn er aanwijzingen dat het betrekken van naasten de cliënttevredenheid vergroot en het risico op drop-out verkleint. Systeemtherapeuten, veelal psychologen die zich hebben gespecialiseerd in het betrekken van de omgeving van de cliënt bij een behandeling, zijn stelliger: “het gesprek met de patiënt, familie en naastbetrokkenen is het belangrijkste instrument om zicht te krijgen op de psychische problemen van de patiënt en zijn geestelijke gezondheid, en op de draagkracht en draaglast van de familie en naastbetrokkenen”. Ook in de GGZ-standaarden (richtlijn) wordt nog eens benadrukt wat het belang is van het betrekken van de omgeving. 

Waar moet je rekening mee houden als je online gesprekken voert?

Het grote praktische voordeel van online werken is dat het gemakkelijker is om tot een afspraak te komen met de cliënt en zijn belangrijke naaste(n) – ofwel de organisatie van zorg. Vanaf elke locatie kunnen de betrokken personen online inloggen om het gesprek bij te wonen. Wat je mist als behandelaar zijn observaties die je op een poli wel opdoet, zoals: Hoe tref je cliënt en zijn naasten aan in de wachtkamer? Wie zit naast wie en hoe wordt er gecommuniceerd? Zit iedereen zwijgzaam naast elkaar? Of wordt er gelachen? Is er een spanning voelbaar voor het gesprek? Als online behandelaar is het van belang hier dan ook uitgebreid naar te vragen bij de start van het gesprek. Hoe zit iedereen “erbij” en hoe heeft de betreffende cliënt gevraagd aan de naasten om deel te nemen aan dit gesprek? Wat zijn de verwachtingen van ieder en welke onderwerpen dienen besproken te worden, zodat het gesprek van toegevoegde waarde is?

Het betrekken van naasten online vraagt van een behandelaar om de non-verbale aspecten van deze vaardigheden verbaal te maken.

Kennis, vaardigheden en attitude

Belangrijke therapeutische vaardigheden tijdens gesprekken waar naasten bij worden betrokken zijn onder andere: 1. empathisch vermogen en op collaboratieve wijze afstemmen in het contact, 2. afstand en nabijheid kunnen reguleren, 3. eigen emoties kunnen reguleren en 4. de aandacht voor de verschillende gezinsleden/naasten kunnen verdelen (meervoudige partijdigheid).

Het betrekken van naasten online vraagt van een behandelaar om de non-verbale aspecten van deze vaardigheden verbaal te maken. Bij de vaardigheid “aandacht verdelen” kun je bijvoorbeeld expliciet de naam noemen van degene die je aankijkt. In de spreekkamer is dit door middel van non-verbale communicatie (houding, aankijken en richting) direct duidelijk. Online is dit niet het geval. Een voorbeeld is dan: “Pieter, ik kijk nu naar jou, wat denk je dat Claire een belangrijk onderwerp vindt om vandaag te bespreken…?”. Omdat iemand aankijken ook laat zien dat je goed naar iemand luistert, is het van belang om dat in een online therapie explicieter te benoemen: “Pieter, ik heb goed gehoord dat jij vindt dat …”. Je kunt ook vragen naar lichaamstaal die in het beeld niet zichtbaar is: “Nu jullie in deze discussie zitten, voel ik dat de spanning wat oploopt. Jullie kunnen het niet zien, maar ik merk dat ik daardoor wat meer met mijn handen zit te friemelen. Herkennen jullie dit? Wat gebeurt er nu bij jullie in je lijf?”.

Goed beslagen ten ijs komen!

Een goede voorbereiding van de online gesprekken is het halve werk. Samen met je cliënt bespreek je het doel van het gesprek met naasten. Is het gesprek bijvoorbeeld om een heteroanamnese op te doen voor juiste diagnostiek? Of wil je cliënt iemand uit zijn omgeving betrekken om een signaleringsplan voor oplopende depressieve klachten te bespreken? Of gaat het om een persoonsgerichte vraag, met bijvoorbeeld het doel om meer zicht te krijgen op (wederzijds) mentaliseren, hechting en intergenerationele patronen?

Sta ook voor jezelf goed stil bij wat er nodig is om samen met je cliënt en naasten online aan dit doel te werken en bespreek dit zo nodig in werkbegeleiding, intervisie of supervisie. Op deze manier neem je de eerder genoemde derde therapeutische vaardigheid “eigen emoties kunnen reguleren” serieus.

Referenties

  1.  Erp, N. van, Place, C. & Michon, H. (2009). Familie in de langdurige ggz, deel 1. Interventies. Utrecht: Trimbos-instituut.
    Le Grange, D., Crosby, R.D., Rathouz, P.J. & Leventhal, B.L. (2007). A randomized controlled comparison of family-based treatment and supportive psychotherapy for adolescent bulimia nervosa. Archives of General Psychiatry, 64, 1049–1056. Bolkan, C.R., Bonner, L.M., Campbell, D.G., Lanto, A., Zivin, K., Chaney, E. & Rubenstein, L.V. (2013). Family involvement, medication adherence, and depression outcomes among patients in veterans affairs primary care. Psychiatric Services, 64, 472–478
  2. Maurer, J. (2015). Jan Baars & Erwin van Meekeren (red.)(2013). Een psychische stoornis heb je niet alleen. Praten met families en naastbetrokkenen. Amsterdam: Boom.
  3. https://www.ggzstandaarden.nl/zorgstandaarden/samenwerking-en-ondersteuning-naasten-van-mensen-met-psychische-problematiek/introductie
  4. https://www.nvrg.nl/competenties-en-beroepscode

Bekijk ook