Lichaamsgericht werken: kan ook online!

computerArtikel
9 min.

Wanneer we denken aan online psychotherapie, lijken lichaamsgerichte interventies niet aan de orde. De cliënt zit immers niet in dezelfde ruimte en er is geen materiaal voorhanden. Toch is er best wat mogelijk van op een afstand. We interviewden Rosalyn Meijer, master in de Health & Medical psychologie en David Hakvoort, psychiater. Beiden zijn aan de slag bij LMcare en hebben speciale aandacht voor lichaamsgericht werken.

Rosalyn was eerder behandelaar bij het Rughuis Rotterdam, gericht op cliënten met Aanhoudende Lichamelijke Klachten (ALK) en Somatisch Onvoldoende verklaarde Lichamelijke Klachten (SOLK). David verdeelt zijn dagen tussen de polikliniek van het Dijklander ziekenhuis in Purmerend en Aerrea in Wormer, een therapeutische ruimte voor hulpverleners zelf.

Waar komt jullie interesse in het lichaamsgericht werken vandaan?

Rosalyn: Ik heb de richting Health & Medical Psychology gekozen vanuit mijn belangstelling voor de wisselwerking tussen psyche en ziekte. Tijdens die opleiding liep ik stage bij het Rughuis en daar vond ik het heel leuk werken en ben er dan ook blijven plakken. Uiteraard stonden pijnklachten vaak centraal, maar wat we ook vaak vaststelden bij de cliënten waren angststoornissen, teleurstellingen of het zich beperkt voelen in het lichaam, het moeilijk kunnen contact maken met emoties of voelen of iets wel of niet prettig is.  

David: Nou, als psychiater heb je naar mijn mening sowieso aandacht voor psyche en lichaam, maar echt lichaamsgericht werken zoals een psychomotorisch therapeut doe ik niet. Mijn therapeutisch kader is psychodynamisch en voornamelijk geïnspireerd op de conflictdriehoek van David Malan. Die gaat uit van een verborgen, overweldigend gevoel dat we allen trachten af te weren met verbale en non-verbale handelingen. En dat is hoe ik lichaamsgericht werk: observeren wat er gebeurt in het contact en die afweersignalen meteen benoemen. Die werkwijze heet Intensive Short-Term Dynamic Psychotherapy (ISTDP). Het is een therapievorm die in de jaren ’60 al bedacht en ontwikkeld werd door de Canadese psychiater Habib Davanloo. Je kan het beschouwen als een wat provocatievere vorm van Affect Fobie Therapie (AFT). 

Hoe breng je het lichaamsgericht werken in de praktijk?

Rosalyn: Binnen het multidisciplinair team was ik psychosomatisch psycholoog. Ik gebruikte vooral lichaamsgerichte taken als grensoefeningen, beweegoefeningen, nabijheidsoefeningen en ontspanningstechnieken met als doel om een beetje te gaan voelen, bij je emoties te komen. Ik merkte immers dat cliënten hetzelfde doen met pijn als met emoties: ze stoppen het weg. Het is mijn ervaring dat hoe meer weerstand er bestond tegenover lichaamsgericht werken, hoe nuttiger of belangrijker het vaak was om het wel te doen. Je had een zaaltje ter beschikking met loopbanden en fietsen, gewichten, springtouw, yoga matten, zitballen, en allerlei ‘rare beweegdingen’ waar je creatief mee aan de slag kon. 

David: Wel, zoals ik al zei: heel erg focussen op wat er gebeurt in het contact. Ik vraag een cliënt wat het probleem is waar hij of zij mijn hulp bij wil en iemand kijkt dan naar de grond, glimlacht een beetje of leunt achterover. Dat benoem ik dan meteen om iemand te laten beseffen wat diegene doet. ‘Merk je dat je contact maakt met de grond in plaats van met mij? Welk gevoel heb je nu naar mij toe?’. Waar ik op let is de spanning die vervolgens ontstaat bij de cliënt. Je hebt immers een zekere spanning nodig in therapie, om in beweging te komen. Ook niet te hoog, uiteraard, maar binnen een zekere window of tolerance. ISTDP ontwikkelde daarvoor een nuttig instrument (zie afbeelding). Bij zichtbare spanning – wat onder striated muscle staat – zit je op een wenselijk spanningsniveau. Bij de symptomen die onder smooth muscle staan zoals migraine, hypertensie, hartkloppingen en misselijkheid, dan is de spanning te hoog. Er is geen aandacht meer, maar cognitieve disruptie, dissociatie, concentratieverlies,… Dan moet je eerst weer even naar spanningsregulatie. Ik moet bekennen dat ik zelf ook over mijn grens van nuchterheid heen moest, maar zeker in het werken met hulpverleners die sterk in de afweer zitten bewijst deze aanpak zijn nut. 

Dat klinkt alsof het er vaak erg intens aan toe gaat tijdens de sessies?

David: Best wel, maar dat is ook het doel van het hele proces. Weet je, velen komen de spreekkamer binnen en ze vragen wel om hulp, maar willen niet veranderen. Er bestaat een intrapsychisch conflict dat onder afweer is bedolven. Dat gaat vaak over dezelfde thema’s: niet goed genoeg bevonden worden, angst voor afwijzing, verlies… Het intrapsychische conflict wordt interpersoonlijk en de therapeut wordt degene die de ander uit zijn destructieve coping moet halen. Je gaat meteen naar die afweer, je omarmt die als het ware. Dat is confronterend en creëert veel spanning, maar je gaat op zoek naar een doorbraak, een authentieke uiting van woede of verdriet tijdens sessies die wel tot drie uur kunnen duren om toe te laten dat de spanning opbouwt. Het idee is wel dat wanneer het loskomt dat het oplucht, het is eerder wanneer mensen in hun machteloosheid blijven zitten dat ik me meer zorgen maak. 

Online lijkt dat allemaal niet evident. Hoe ga je daar concreet mee aan de slag?

David: Voor LMcare beperk ik me tot een keer meedenken, wat intervisie eigenlijk. Mijn ervaring met online behandelen deed ik eerder op tijdens de coronajaren en wat mij betreft is het zeker geen no go. Zelfs groepstherapie lukte aardig. Op een gegeven moment verdwijnt het scherm eigenlijk en ervaar je best wat nabijheid en intimiteit. Het is ook een voordeel bij mensen die heel angstig zijn voor contact en online makkelijker uit de verf komen. 

Rosalyn: Oh, onlangs ben ik bijvoorbeeld met een cliënte gaan hardlopen. Dat deed ik vroeger wel vaker met angstige cliënten, mensen die perfectionistisch ingesteld waren of moeilijk hun grenzen aanvoelden. Deze cliënte had zich aangemeld met burn-out klachten en stelde inderdaad die hoge eisen aan zichzelf. We organiseerden het zo dat ik contact met haar hield via de mobiel terwijl we aan het rennen waren en op een app konden we de afstand en de snelheid aflezen. Om te spiegelen vertelde ik haar wat in mijn lichaam omging. De opdracht was om rustig te lopen zodat we konden blijven praten en het viel meteen op dat zij een minuut sneller per kilometer liep dan ik. Nu, ik heb de gewoonte om tweemaal per week te gaan rennen, zij deed dat nooit, dus vroeg ik haar waarom zij sneller ging dan ik. Ik vroeg haar om af te zakken naar een lager tempo, contact te maken met haar lichaam om te ervaren wat als aangenaam voelde, waar haar grenzen lagen. Toen we ophielden met praten liep ze meteen weer twee keer zo snel! Haar perfectionisme kwam weer naar boven, de straffende stem die aanspoort en ook het besef ‘dit gebeurt me elke dag!’.

Cliënten die weinig vertrouwen hebben in het functioneren van hun lichaam laat ik tijdens een sessie traplopen om aan te voelen dat het oké is dat je hart sneller slaat of dat je wat begint te zweten. We doen samen yogaoefeningen waarbij ik vraag om een houding aan te nemen die comfortabel aanvoelt en prettig is, en niet noodzakelijk precies zoals het op het plaatje staat. Op basis van de feedback van cliënten heb ik enkele favoriete applicaties om je te helpen ontspannen (zie kader). Die volg ik min of meer wanneer ik die technieken zelf gebruik. Een hartslagmonitor of meer gesofisticeerde apparaatjes in het algemeen zijn kostbaar en je kan niet van cliënten verwachten dat ze die aanschaffen. Gewone oude methoden werken ook nog, hoor: ‘Leg je hand op je borst’, bijvoorbeeld. 

Soms toon ik een lichaamshouding die hoort bij een bepaald gevoel. Dan plaats ik mijn scherm ietsje verder weg. Dat doe je best met je hoofdtelefoon op, je wil niet staan roepen naar je cliënt (lacht). Laatst had ik een sessie met een cliënt met een overdreven verantwoordelijkheidsgevoel naar anderen toe. Volgende week gaat ze een rugzak vullen met stenen voor alle dingen waar zij zich verantwoordelijk voor voelt, om letterlijk deze last te dragen. Ik vind dat een mooi voorbeeld van hoe je online best wel creatief kan zijn met lichaamsgericht werken.

Er zijn natuurlijk ook grenzen aan lichaamsgericht werken online, bijvoorbeeld omdat je niet in dezelfde ruimte bent waar je allerlei materialen ter beschikking hebt. Hoe ga je daar mee om?

Rosalyn: Je kunt voor bepaalde oefeningen de cliënt vragen voorwerpen te gebruiken die hij in huis heeft. Bijvoorbeeld in een oefening waarbij je gewichten of andere voorwerpen op een lijn legt en vraagt aan de cliënt om die naar de overkant te brengen, en terug, en weer… Om aan te geven hoe iemand over zijn grenzen heen gaat. Afstands- en nabijheidsoefeningen zijn wel moeilijk. Dat is altijd een leuke voor erg rationele cliënten, die aangeven niets te voelen zogezegd. Naar de cliënt toe lopen en de vraag stellen vanaf welk punt de cliënt zich niet comfortabel voelt, is met een camera niet echt haalbaar. Je zou daar een derde persoon bij kunnen betrekken, de partner bijvoorbeeld. Maar die kan dan weer makkelijker dichtbij komen zonder dat het vervelend wordt. Misschien de buurman, dan (lacht).

Omdat je subtiele reacties van het lichaam bij ontspanning, het oproepen van spanning of grondingsoefeningen niet altijd kan opmerken, is het belangrijk om vaker te vragen wat de cliënt ervaart. En omdat je niet letterlijk naast de cliënt kan gaan zitten of zelfs de hand kan vastpakken om hem/haar te ondersteunen, probeer ik vaker contact te zoeken door na een sessie nog even een mailtje te sturen:  ‘Het was heftig, hoop dat het je goed gaat, denk aan je’. Maar het blijft wat paradoxaal om lichaamsgerichte interventies weer naar het verbale niveau te brengen. Misschien ligt daar dan toch een grens van online lichaamsgericht werken. Het non-verbale opmerken en een ervaring laten zijn voor wat ze is.

David: Bij mij is het eerder een ‘en en’ verhaal. Lichaam en geest is wat mij betreft een geheel en je kan ook verbaal naar signalen en belevingen vragen. Via taal kom je evengoed snel bij iets als besluiteloosheid, bijvoorbeeld. ‘Mijn fysio vond dat ik op gesprek moest bij een therapeut’. ‘Wat is jouw probleem dan?’. ‘Wel, ik weet het niet precies. Hij dacht dat het me goed zou doen.’. ‘Dus er is eigenlijk geen probleem?’. ‘Nou, nee, dat nu ook weer niet…’. Daar kan je ook mee verder (lacht). 

Ontspanning: Applicaties

Spierontspanningsoefeningen

Bij deze oefening span je je spieren aan en vervolgens ontspan je deze spieren weer. Hierdoor herken je eerder de spierspanning in je lijf en lukt het vaak om  deze los te laten. De oefening kan je zittend of liggend uitvoeren en duurt 20 minuten.

Meer info >
(Kies de spierontspanningsoefening van Jacobsen, rechts bovenaan).

VGZ mindfulness app

Dit is een gratis app met verschillende oefeningen. Onderaan staat ‘Programma’s’ en daar vind je ‘kennismaken met mindfulness’.  Dit zijn verschillende oefeningen voor beginners. Aanraders zijn ‘3 minuten ademruimte 2’ en ‘Bodyscan, kort’. 

Meer info >

Visuele oefening

Bij deze oefening volg je een balletje en stem je daarop je ademhaling af. Hierdoor ga je rustiger en dieper ademhalen.

Meer info >

Bekijk ook